FireBIM: van regelgevende tekst naar traceerbare BIM-controle

Twee jaar na de eerste voorstelling in FireForum Magazine en na de nominatie voor de FireForum Awards 2025 in de categorie wetenschappelijk onderzoek neemt de ambitie van het Europese FireBIM-project een concrete vorm aan met de eerste demonstratiemodellen. Het project structureerde nationale voorschriften en testte hoe die kunnen worden gekoppeld aan IFC- of Revit-modellen. Daaruit komt één belangrijke les naar voren: een digitale controle is alleen geloofwaardig wanneer de deskundige kan achterhalen welke regel werd toegepast, welke gegevens werden gebruikt en waar de grenzen van het resultaat liggen.

Drie jaar na de start

In 2024 werd in een eerste artikel de uitdaging beschreven die aan de basis lag van FireBIM: brandveiligheidsvoorschriften zijn geschreven om door professionals te worden geïnterpreteerd, terwijl digitale modellen de vereiste informatie voor de controle niet automatisch structureren. Vandaag berust de conformiteitscontrole nog grotendeels op aangeleverde plannen, zelfs wanneer die met BIM-modelleringssoftware zijn gegenereerd. Het project wil daarom een betrouwbare verbinding tot stand brengen tussen de tekst, de interpretatie ervan en de gegevens van het gebouw. Het is niet bedoeld om nationale regelgeving te harmoniseren, noch om de deskundige te vervangen. Op langere termijn zou deze structurering echter indirect kunnen bijdragen tot de verduidelijking en vereenvoudiging van bepaalde regels.

Twee jaar later heeft FireBIM digitale vocabularia, kandidaat-regels en verschillende prototypes ontwikkeld. Deze elementen vormen nog geen uniforme en gevalideerde Europese dienst voor regelgevingstoetsing, maar maken het nu al mogelijk de methode te testen en daaruit concrete lessen te trekken.

Een eenvoudige regel wordt ingewikkeld

Laten we eens een veelvoorkomende vraag nemen: voldoet de oppervlakte van een compartiment aan de toepasselijke grenswaarde? Op het eerste gezicht lijkt de berekening neer te komen op een vergelijking van twee getallen. Toch moeten eerst de juiste tekst en de juiste versie ervan worden gezocht, moeten de voorwaarden en uitzonderingen duidelijk zijn en dient vervolgens te worden bepaald wat precies wordt bedoeld met “compartiment” en “oppervlakte”.

Vervolgens moeten deze concepten in het model terug te vinden zijn. Een compartiment bestaat daar echter niet altijd als een op zichzelf staand object. Het kan de vorm aannemen van een groep ruimtes, een zone, een specifieke geometrie of een eigenschap die aan de ruimtes is toegevoegd. Sommige gegevens zijn direct beschikbaar; andere moeten eerst worden berekend. Ook de motivering of beslissing van een deskundige is niet altijd opgenomen in het model.

De belangrijkste uitdaging ligt dus niet in de berekening zelf, maar in de continuïteit van de besluitvorming tussen de regelgevende bron en de gegevens om de naleving daarvan te beoordelen.

Een keten die duidelijk is voor deskundigen

FireBIM organiseert dit werk in de vorm van een traceerbare keten. Eerst wordt het voorschrift geïdentificeerd, samen met de oorsprong, versie en verwijzingen ervan. De FRO-ontologie of FireBIM Regulation Ontology structureert het document zodat digitale regels naar welbepaalde bepalingen of artikelen kunnen verwijzen en goed zichtbaar kunnen worden gemaakt voor de gebruiker.

De brandveiligheidsdeskundige licht vervolgens de voorwaarden, uitzonderingen en beslissingen in de tekst toe. Een beslissingsdiagram maakt deze redenering duidelijk en transparant voordat ze in een computerregel wordt omgezet. Deze stap is essentieel: één zin kan verschillende voorwaarden bevatten of professionele kennis veronderstellen die niet uitdrukkelijk is neergeschreven.

Tegelijkertijd beschrijft de FBO-ontologie of FireBIM Building Ontology het domein van de brandveiligheid en de relevante begrippen voor de controle: ruimten, compartimenten, wanden, gebruiksfuncties, routes of prestaties. De relevante informatie uit het IFC-model, of die rechtstreeks uit ontwerpsoftware is gehaald, wordt aan dit vocabularium gekoppeld en vervolgens omgezet in een gebouwdiagram dat volgens de FBO is gestructureerd.

Daarna kan de regel uitsluitend op de relevante gegevens worden toegepast. FireBIM experimenteert onder meer met SHACL en SPARQL om beperkingen en bepaalde berekeningen uit te drukken. Een regel kan manueel of deels automatisch worden opgesteld: artificiële intelligentie kan de tekst helpen structureren of een eerste diagram voorstellen. Na controle door de deskundige wordt de regel evenwel uitgevoerd op basis van een deterministische logica, zonder artificiële intelligentie.

schema

Figuur 1 – Door FireBIM voorgestelde werkketen. De regel en de gegevens komen samen in een controle waarvan het resultaat gekoppeld blijft aan de bron en aan de gebruikte informatie. Schematische synthese op basis van de werkzaamheden van FireBIM.

Reeds zichtbare resultaten

In België werden twee complementaire benaderingen getest. De eerste vertrekt van een IFC-bestand. Bij een voorafgaande controle kan worden nagegaan of bepaalde informatie aanwezig is, waarna het model wordt vertaald naar het FBO-vocabularium om een regel toe te passen. Bij deze experimentele workflow moet de weergave van de resultaten en de integratie met de gemeenschappelijke onderdelen van het project nog verder worden verbeterd.

De tweede benadering werkt rechtstreeks in Autodesk Revit. In het door D-studio ontwikkelde prototype verdeelt de gebruiker de ruimtes in compartimenten, kiest hij de regelgevende context en voert hij bepaalde controles uit. De plug-in extraheert de relevante gegevens en geeft de resultaten regel per regel weer. Een gekleurde weergave maakt meteen duidelijk of de compartimenten voldoen aan de beoordeelde oppervlakteregel.

compartiment

Figuur 2 – Belgisch prototype voor compartimentering in Revit. Groen geeft aan dat aan de beoordeelde oppervlakteregel is voldaan, en rood dat dit niet het geval is. Er werden talrijke tests uitgevoerd op echte BIM-modellen, zowel met correcte situaties als met situaties waarin bewust fouten waren aangebracht. Het oorspronkelijke ontwerp van ASSAR voldeed aan de regelgeving; de hier zichtbare afwijkingen werden in het testmodel ingevoerd om de werking van het prototype te controleren. Dit proof of concept vormt geen regelgevend besluit. © Consortium FireBIM / D-studio; ontwerp van ASSAR Architects.

De prototypes onderzoeken ook de vluchtwegen en de technische doorvoeringen. Voor de evacuatie genereren en visualiseren ze routes waarvan de vertrekpunten, uitgangen en hypothetische berekeningen door de deskundige moeten worden beoordeeld. Voor doorvoeringen detecteert het Belgische prototype waar technische netwerken en de grenzen van een compartiment elkaar kruisen. Vervolgens kunnen een brandklep en afdichtingsoplossing worden gekozen die aan de voorschriften voldoen.

In Nederland brengt een andere interface soortgelijke doorvoeringen samen en leidt de gebruiker door een catalogus met oplossingen. Dit prototype moet nog in de gedocumenteerde versie worden geïntegreerd; de keuze van het product en de definitieve validatie blijven menselijke beslissingen.

Het risico van schijnconformiteit

De kwaliteit van het resultaat hangt in de eerste plaats af van de beschikbare informatie. Een model kan geometrisch zeer gedetailleerd zijn en toch onvoldoende informatie bevatten om de gestelde vraag te beantwoorden. Omgekeerd vormt een aangegeven eigenschap, bijvoorbeeld de loutere tekstuele vermelding “REI 60”, niet altijd een bewijs. Een in het model vermelde brandweerstand beschrijft immers niet noodzakelijk de voegen, doorvoeringen of werkelijke uitvoeringsvoorwaarden.

De manier waarop met ontbrekende informatie wordt omgegaan, is dus van doorslaggevend belang. Een controle kan niet tot een positief resultaat komen enkel omdat geen te controleren object werd gevonden of omdat er een waarde ontbreekt. Het werk van FireBIM maakt een onderscheid tussen drie resultaten na een evaluatie: er is aan de eis voldaan, er is niet aan voldaan of het resultaat blijft onbepaald bij gebrek aan voldoende gegevens. De status “niet van toepassing” staat daar los van.

“Onbepaald” betekent niet “conform”

Het controlerapport moet aangeven welke informatie ontbreekt, zodat een technisch stilzwijgen nooit als een goedkeuring wordt geïnterpreteerd. Uit het project zijn bovendien verschillen gebleken tussen de beoordelingslogica van verschillende implementaties die SHACL gebruiken. Grenswaarden en gevallen waarin informatie ontbreekt, moeten daarom aan de hand van gemeenschappelijke testsets worden gecontroleerd.

De deskundige behoudt een centrale rol: hij kiest de toepasselijke bron, controleert de interpretatie, onderzoekt de uitzonderingen en valideert de gehanteerde aannames. Automatisering kan repetitieve controles versnellen, maar vervangt het professionele oordeel niet.

Een zeer concreet vervolg

FireBIM loopt door tot eind 2026. Een voorgestelde prioriteit voor de komende maanden bestaat erin enkele volledige ketens te consolideren, van de regelgevende tekst tot de visuele terugkoppeling in het model, en die op reproduceerbare wijze te testen aan de hand van duidelijk afgebakende gevallen.

Deze resultaten zouden vervolgens als basis kunnen dienen voor webdiensten, ontwerpplug-ins of gespecialiseerde tools. De regelgeving zou nationaal blijven, terwijl bepaalde vocabularia, interfaces en testsets zouden kunnen worden gedeeld. Bij toekomstige projecten zou de methode ook in andere domeinen kunnen worden bestudeerd, zoals toegankelijkheid, energie of akoestiek.

FireBIM levert nog geen gebruiksklaar platform op. Het project biedt echter wel een concrete basis om digitale controles traceerbaarder, begrijpelijker en nuttiger te maken voor de dagelijkse praktijk. Het doel blijft eenvoudig: de deskundige in staat stellen eerder in het proces tussenbeide te komen, met beter gestructureerde informatie en resultaten die gemakkelijker kunnen worden gecontroleerd.

Het FireBIM-project

FireBIM is een Europees ITEA-onderzoeks- en innovatieproject dat zich richt op het gebruik van BIM om de beoordeling van bepaalde brandveiligheidsvoorschriften te ondersteunen. Het vergelijkende onderzoek heeft betrekking op België, Denemarken, Litouwen, Nederland en Portugal. In België zijn onder meer Buildwise, Sirris, ASSAR Architects, D-studio, Etex, Kabandy en Rf-Technologies bij het project betrokken. In België ontvangt het project financiële steun van Innoviris en VLAIO.

Jenny Delacroix

R&D Scientist - Digital Construction

Buildwise

 

banner https://www.fireforum.be/FireBIM: van regelgevende tekst naar traceerbare BIM-controle