Twee nieuwe brandweerrichtlijnen moeten zorgen voor kwalitatief en uniform advies.

De Vlaamse brandweer heeft 2 nieuwe richtlijnen afgerond met het oog op een kwalitatieve en uniforme adviesverlening door de verschillende hulpverleningszones. De richtlijnen hebben betrekking op de opslag van gevaarlijke goederen en de opvang van bluswater. Ze werden ontwikkeld in opdracht van de Vlaamse hulpverleningszones door FPC Risk in nauwe samenwerking met Brandweer Zone Antwerpen, Hulpverleningszone Waasland, Brandweer Zone Centrum, Brandweer Zone Kempen en Hulpverleningszone 1. De inhoud van de richtlijnen werd gebenchmarkt en besproken met verschillende stakeholders.

Eind maart werden de richtlijnen voorgesteld en toegelicht aan het Netwerk Preventie van de brandweer. Eind mei wordt de feitelijke implementatie in de zones besproken. 

banner https://www.fireforum.be/Twee nieuwe brandweerrichtlijnen moeten zorgen voor kwalitatief en uniform advies

Richtlijn opvang bluswater

Het “Besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne” (Vlarem II) bepaalt de indeling en milieuvoorwaarden voor milieuhinderlijke inrichtingen in het Vlaamse Gewest. Artikel 4.1.7.2. van Vlarem II stelt dat bovengrondse tanks of vaten die gevaarlijke vloeistoffen bevatten in een inkuiping geplaatst moeten worden. Het vereiste inhoudsvermogen van de inkuiping is gebaseerd op de inhoudsvermogens van de in de inkuiping geplaatste tanks of vaten. Daarnaast stelt artikel 4.1.12.1. §1 1° dat de exploitant van een ingedeelde inrichting de nodige maatregelen moet nemen om te voorkomen dat accidenteel verspreide stoffen en verontreinigd bluswater rechtstreeks naar het grondwater, een openbare riolering, een waterloop of een verzamelplaats van oppervlaktewateren worden afgevoerd. De opvangcapaciteit voor bluswater dient bepaald te worden volgens een code van goede praktijk, in overleg met de brandweer.

In Vlarem II wordt niet vastgelegd hoe de capaciteit voor bluswateropvang berekend dient te worden. De wijze waarop het bluswater moet worden opgevangen, wordt evenmin verduidelijkt. Daarnaast wordt niet gespecificeerd of er extra capaciteit moet worden voorzien voor de opvang van regenwater. 

Voor codes van goede praktijk wordt momenteel dus gekeken naar buitenlandse bronnen, maar geen enkele bron is algemeen toepasbaar.

Om een uniforme adviesverlening te kunnen aanbieden hebben de hulpverleningszones een algemene richtlijn omtrent bluswateropvang opgemaakt die de wijze van opvang en de bepaling van de opvangcapaciteit specificeert.

Parallel met deze brandweerrichtlijn werd er ook een toelichting uitgegeven met dezelfde structuur en meer details. Daarin wordt verwezen naar de bronnen van deze studie zoals bijvoorbeeld definities uit de wet- en regelgeving. (VLAREMII, TWOL-studie,…)

Richtlijn opslagplaatsen voor gevaarlijke goederen

De voorschriften opgenomen in deze richtlijn hebben tot doel in de opslagplaatsen voor gevaarlijke goederen:

  • Het ontstaan, de uitbreiding en de voortplanting van brand te voorkomen;
  • De veiligheid van de aanwezige personen te verzekeren;
  • De interventie van de brandweer te faciliteren;
  • De risico’s voor de volksgezondheid, de omgeving en het milieu te beperken.

Ze zijn van toepassing op:

  • Alle nieuw op te richten opslagplaatsen voor gevaarlijke goederen;
  • Alle uitbreidingen aan bestaande opslagplaatsen voor gevaarlijke goederen waarvoor een aanvraag tot omgevingsvergunning wordt ingediend.

Naast een overzicht met welke gevaarlijke stoffen en goederen in beschouwing genomen worden in deze richtlijn, zijn de opslagplaatsen in drie categorieën onderverdeeld afhankelijk van de aard van de gevaarlijke stoffen en de (brand)risico’s naar de omgeving toe.  Goederen en stoffen met bijzondere risico’s moeten steeds in overleg met de territoriaal bevoegde hulpverleningszone opgeslagen worden.

De richtlijn bepaalt o.a. de stabiliteitseisen bij brand van de structurele elementen type I, de grootte van de compartimenten, brandweerstand van compartimentswanden,…

Ook de noodzakelijkheid van actieve brandbeveiliging installaties zoals detectie-, waarschuwings- en alarminstallaties , RWA, automatische blusinstallaties enz. zijn opgenomen in de richtlijn.

Verder zijn de bijkomende eisen voor evacuatie, bereikbaarheid en toegankelijkheid voor de hulpploegen, blusmiddelen en bluswatervoorzieningen opgenomen. Een aparte paragraaf behandelt de eisen gesteld aan PV-installaties die zich zouden bevinden op het dak van opslagplaatsen van gevaarlijke goederen.

Aantonen van gelijkwaardigheid

Voor de beide richtlijnen geldt de mogelijkheid een gelijkwaardig concept uit te werken, bijvoorbeeld op basis van internationaal erkende normen, indien er niet kan voldaan worden aan de voorschriften beschreven in de richtlijn. Dit vereist steeds een grondige onderbouwing van de genomen maatregelen die een gelijkwaardig veiligheidsniveau aantoont. Dit proces zal in regel geïntegreerd kunnen worden in de voorbespreking/vooradviesverlening met de brandweer en hoeft dus geen vertraging van projecten te betekenen. Het aantonen van de gelijkwaardigheid is ten laste van de exploitant of bouwheer.

Ludo Vanroy